Ga naar de inhoud
Alles over via ferrata > Reisverslagen > Italië

Klettersteigen met kinderen in de Dolomieten


Via ferrata als alternatief

De afgelopen zomer zijn wij met twee gezinnen, Alie en Jan van Ommen en Afien en Maarten Faas en de kinderen, naar de Italiaanse Dolomieten geweest. Het plan was om met onze kinderen een aantal klettersteigen te doen.. Dit leek ons een goed alternatief naast wandel- en huttentochten. Onze oudste kinderen zijn rond de elf en twaalf jaar oud en willen eigenlijk meer dan wandelen alleen.
De klettersteigen, in het Italiaans “via ferrata”, vind je bij uitstek in de Dolomieten. Ze komen eigenlijk voort uit de Eerste Wereldoorlog. Italië voerde strijd tegen Oostenrijk. Om militair materiaal op strategische toppen te krijgen, werden de routes daar naar toe beveiligd met staalkabels en trappen bij moeilijke passages. Overal in de Dolomieten zijn langs de klettersteigen nog in rosten uithakte bunkers, loopgraven en resten hout en steen van versterkingswerken te vinden. Uiteraard zie je heel regelmatig de opgerichte monumenten voor de omgekomen slachtoffers.


De Sextener Dolomieten

Wij besloten naar het natuurpark van de Sextener Dolomieten te gaan. De oostelijk gelegen Sextener Dolomieten zijn vooral bekend vanwege Die Drei Zinnen of Le Tre Cime di Lavaredo, drie zeer karakteristieke rotstorens. Kolosaal opgebouwd uit prachtig gelaagd dolomietgesteente, dat naast grotendeels donkere kleuren ook enkele rood-geelgetinte vlakken vertoont. De rotstorens contrasteren schept met de puinmassa's van waaruit ze lijken op te rijzen.
Wij gingen kamperen nabij de toeristische plaatsjes Sexten en Moos (Sesto en Moso) in het Val Pusteria. Het daar hooggelegen (1530 meter) caravanpark is luxe en zeer duur. Alternatieven zijn een luxecamping in Tolbach (Dobbiaco), een zeer eenvoudige camping bij Misurina (1750 meter) of de campings nabij Cortina d' Ampezzo. Wij vonden de mogelijkheden voor 'echt' kamperen in deze regio beperkt. Wij kozen voor Sexten, omdat je van daaruit mooie en kindvriendelijke huttentochten kunt maken in de noordoostelijk gelegen Karnische alpen (de Karnische hauptkamm op de grens tussen Oostenrijk en Italië).
In de Sextener Dolomieten zijn een achttal klettersteigen. De Kompassführer die wij gebruikten, kwalificeert de klettersteigen in drie categorieën: leicht, schwierig en besonders schwierig. Zeven van de acht klettersteigen in de Sextener Dolomieten zijn schwierig, een is leicht.


Een eerste poging afgeblazen

Ons eerste doel was de klettersteig naar de Toblinger Knoten (Torre Toblino), een ongenaakbaar rotskasteel met een top op 2617 meter. De klettersteig gaat 100 meter verticaal omhoog en is in anderhalf uur te doen en daardoor goed te combineren met een andere wandel- of klettersteigtocht. Om deze klettersteig te bereiken moet je eerste naar de Drei Zinnen hütte (Rifugio A. Locatelli), 2438 meter) wandelen.
We parkeerden de auto het einde van de verharde weg zuidwaarts vanaf Moos. Vanaf deze op 1451 meter hoogte gelegen parkeerplaats nabij Fischleinboden, is het een pittige wandeling van ruim 4 uur naar de Drei Zinnen hütte. Het plan was om met z’n allen naar de Drei Zinnen hütte te lopen. Daar zouden de mannen met de oudste twee kinderen de klettersteig doen, terwijl de vrouwen met de vier jongeren kinderen de terugtocht zouden aanvangen.  

We ontdekten wat we weer even waren vergeten: de eerste dagen van de vakantie is de conditie nog matig en valt een flinke wandeling niet mee, vooral niet voor de kleintjes. Bij de hut aangekomen kregen we ook nog een flinke regenbui op ons hoofd. Toen het wat opklaarde besloten we met de oudste kinderen te kijken of we de Toblinger Knoten nog zouden kunnen bestijgen. De aanloop naar de klettersteig is een niet al te steil pad dat vanaf de kapel achter de hut, langs de linkervoet van de rotsmassa leidt. Het pad voert geleidelijk stijgende om de rots heen. Aan de achterkant zijn enkele korte gangen in de rots uitgehakt. Even daar voorbij kom je op een punt waar de rode markering bestaat uit een verticaal omhoog wijzende pijl. Daar loopt de kabel recht omhoog, en in de verte pal boven je kun je enkele ladders ontwaren tussen de rotskantelen. We stonden een tijdje peinzend omhoog te kijken. In het zuiden hing een onweersbui rond de Drei Zinnen. Toen besloten we dat het beter was eerste een wat minder spectaculaire start voor het klettersteigen op te zoeken, alvorens met de kinderen aan de Torre Toblino te beginnen. Bovendien is onweer, terwijl je een klettersteig doet, levensgevaarlijk (je klimt immers langs een soort bliksemafleider). Geen onnodig risico nemen.


Eerst oefenen

Bij de inlooptochten die we de eerste dagen maakten, ontdekten we toevallig een uitstekende oefenlocatie voor het klettersteigen. Vanaf de Kreuzbergpass (Passo Montecroce) 10 kilometer te zuidoosten van Sexten, vind je na een kwartiertje lopen (eerst langs de skilift omhoog, daarna pad 15A volgen richting Sextener Rotwand), een rotsmassief van ongeveer 25 meter lang en 8 meter hoog. Over de volle breedte is complete oefenroute aangelegd met alle moeilijkheden die de klettersteig biedt. Hier zijn we met ons allen eerst maar eens een dagje naar toegegaan. Het is een geschikte plek om de kinderen goed te instrueren en om enige basale ervaring op te doen. Ook de ‘kleintjes’ in onze gezinnen, Mathilde en Renate, allebei zeven jaar, hebben hier hun eerste klettersteig ervaring opgedaan. Zelfs de echtgenotes, die zich doorgaans verre houden van dit soort activiteiten, trokken de klimgordel aan en deden hun eerste ervaring op met klettersteigen en ondervonden hoe het is om langs de kabel te klimmen.


De Monte Piana en Monte Piano

Met de meisjes Sandrien en Irene beide elf jaar, hebben we de ‘leichte’ klettersteig op de Monte Piana (zuidkant) en Monte Piano (noordkant) gedaan. Deze twee bergen liggen tegen elkaar aan. De toppen (resp. 2324 en 2305 meter) zijn niet echt spits, maar worden veeleer gevormd door twee grote plateaus. In de Eerste wereldoorlog verschansten zich hier de Italiaanse en Oostenrijkse legers. Enigszins vergelijkbaar met de loopgravenoorlog in Noord Frankrijk. Rondom deze twee bergtopplateaus is het zogenaamde Sentiero Storico, een historische wandelomloop in een achtvormige lus. Op de beide topplateaus zijn verschillende monumenten te zien.
De route begint bij Rifugio Angelo Bosi (2205 meter). Het is mogelijk hier met de auto te komen langs een, voor het grootste deel verharde, maar zeer steile (tot 30%) en smalle weg met nagenoeg geen beveiligingen aan de ravijnkant. Deze weg loopt vanaf de noordkant van het Lago di Misurina (1756 meter). De zuidroute van de klettersteig is beslist niet moeilijk en deden wij zelfs ongezekerd. Een prachtig pad langs steile afgronden, hier en daar gezekerd met staalkabels, leidt naar de Monte Piana. Hier gaat de route verder, onder meer enige tientallen meters door herstelde loopgraven. De noordkant is rustiger en hier is zekeren langs de staalkabels met de kinderen vereist. Op een zeer smalle passage gleed de linkervoet van Sandrien even van het pad: de noodzaak van het nauwgezet zekeren stond hierna absoluut vast voor de beide meisjes. Via hier en daar een steil pad, dat langs diepe afgronden voert, kom je voorbij verschillende in de rotsen uitgehakte bunkers. Een gedeelte van de route (ongeveer 15 meter) gaat over een trap door een in de rotsen uitgehouwen gang. We kwamen langs een grote grot waaruit een spoorrail met een lorrie erop te voorschijn kwam. Zeker voor kinderen is dit allemaal buitengewoon interessant. Neem zaklampen mee om in de bunkers en gangen te kunnen kijken. Bovendien geeft deze noordroute een geweldig mooi uitzicht over de Sextener Dolomieten, de Dreischusterspitse (Punta dei Tre Scarperi), de Patternkofel (Monte Paterno) en de Drei Zinnen. De route is vanaf de Rifugio Bosi bepaald niet zwaar. Tweehonderd meter stijgen en twee honderd meter dalen. De route is in tweeënhalf tot drie uur te doen, wil je alles goed bekijken heb je meer tijd nodig. In de Rifugio Bosi is een klein museum ingericht en in de nabijheid van deze hut is de gedachteniskapel gebouwd.


De Rotwandspitze

Al weer veel serieuzer was de ‘gesicherter steig’ naar de Sexterner Rotwandspitze (la Croda Rossa). Met zijn 2965 meter is dit ook het hoogste punt dat in de Sexterner Dolomieten via een klettersteig is te bereiken. We deden deze klettersteig met Ewout en Marieke, beide twaalf jaar.
Vanuit het dorpje Moos (1356 meter) gaan we met de kabelbaan naar de Rudi Hütte (1950 meter). Vandaar wandelen we over de Rotwandwiesen en via de Rotwandköpfe waar we de rode driehoeken als markering volgen. Hier zijn enkele passages met staalkabels gezekerd. De eerste steile rotswand wordt overwonnen langs een serie ladders en het klimmen parallel aan de staalkabels. We passeren een Scharte op 2477 meter, waar ook een alternatieve route op uitkomt vanaf de Monte Castelliere. Nu volgt een ongemakkelijke klim naar de Anderterscharte op 2745 meter. De laatste 200 meter om de top te bereiken voeren door een vervelend puinveld en er zit nog een stevige klim in die toch al gauw een 3e graads waardering zou krijgen. Uiteraard gezekerd met staalkabels. De top zelf is niet zo bijzonder. Als wij er zijn is het weer ook niet mooi, waardoor het uitzicht beperkt is. Om vanaf de Rudi Hütte naar de Sexterner Rotwandspitze te komen, moesten we dus 1000 meter stijgen. Wij deden er ruim vier uur over. Met de kinderen gaat het erg goed. Ze zijn niet bang. Hebben de techniek goed onder de knie; we blijven er wel attent op. Het enige is dat hun tempo veel lager ligt dan het onze. Daar moet je dus in de tijdsplanning goed rekening mee houden. Bovendien moeten Marieke en Ewout op verschillende momenten even 'gemotiveerd' worden om vol te houden. De duur, spanning en hoogte eisen het nodige van hen.


Veiligheid voorop

We doen de Rotwandspitze op een zaterdag midden in augustus. Het is dan ook behoorlijk druk. Tientallen groepjes mensen doen dezelfde route. Het valt ons op dat we regelmatig mensen tegenkomen zonder uitrusting, soms zelf op sportschoenen. Jan roept op een gegeven moment: “Zeg Maarten, zijn wij niet een beetje overgeëquipeerd?”.
We lopen net door een gemakkelijk gedeelte met enkele toeristen op gymschoenen, waarbij onze helmen, gordels en klettersteigsets, wat overdreven afstaken. Op de terugweg bleek echter het tegendeel. Toen we afdaalden op het steilste stuk met de ladders, kwam er het nodige puin naar beneden. Een vrouw onder ons werd pijnlijk geraakt door flinke stenen op haar helm en schouder. Gelukkig geen verwondingen. Maar de helm bleek wel weer hoofdzaak. Bovendien is ongezekerd uitglijden of vallen in deze routes vragen om ernstige ongelukken. Wij gingen terug langs dezelfde route als de heenweg. Dit gaat aanmerkelijk sneller, in tweeënhalf uur waren we weer bij de kabelbaan. Overigens is het ook mogelijk via een andere klettersteig, de Mario Zandonella (de zuidvariant) af te dalen. Deze route is wel veel pittiger en leidt door en onaangenaam puinveld, waar ook in de zomer vaak nog ijs en sneeuw ligt. Marieke en Ewout waren moe, maar apetrots. Het eerst wat we bij terugkeer doen, is ons zelf trakteren of een heerlijk Italiaans ijsje.


Nog meer mogelijkheden


Er zijn nog enkele klettersteigen in de Sextener Dolomieten die met kinderen vanaf elf, twaalf jaar goed te doen zijn.  De Kriegssteig De Luca. Deze loopt vanaf de Drei Zinnen hütte naar de Patternkofel (2746 meter) naar de zeer kleine Büllelejoch Hütte. Deze klettersteig gaat onder meer door een tunnelsysteem, waarvoor het noodzakelijk zaklampen mee te nemen.
De Strada degli Alpini. Deze klettersteig gaat vanaf de Rifugio Zsigmondy Comici (2235 meter) en loop westelijk onder de Zsigmondykopf en de Elferkofel naar de Rifugio A. Berti (1950 meter). Het aardige van deze twee klettersteigen is dat ze in combinatie met elkaar en ook de Sexterner Rotwand de mogelijkheid geven voor een meerdaagse klettersteigtocht waarbij in verschillende hutten geslapen kan worden.
Minder geschikt voor kinderen, maar voor de liefhebber zijn zeer aan te bevelen de zware Via ferrata Aldo Roghel in combinatie met de Via ferrata Cengia Gabriella. Tussen deze klettersteigen ligt het Bivacco Battaglione. Deze klettersteig vanaf Rifugio A. Berti naar Rifugio Carducci (2297 meter) duurt zeker 7 uur. In ieder geval tot eind juli kan men op de Aldo Roghel nog veel sneeuw verwachten, dus pickel en stijgijzers meenemen.


Terugblik

Wij hebben erg veel plezier gehad in de Sextener Dolomieten. Het is een schitterend gebied. Het is er wel erg druk. De bekende Drei Zinnen trekken veel toeristen aan. Bovendien is het gebied te goed ontsloten voor autoverkeer. Met name de weg van Misurina naar de Rifugio Auronzo (2320 meter) is de grote boosdoener. Stefano Ardito heeft er in zijn boek 'Trekking in de Alpen' al voor gepleit deze weg af te sluiten.
Een aantal van de klettersteigen waren met onze kinderen (van elf en twaalf jaar oud) goed te doen. Kinderen moeten echter niet angstig zijn voor hoogte en luchtige passages en zich een beetje veilig voelen in de bergen. Ze moeten ook met het materiaal weten om te gaan. Bovendien lijkt ons een voorwaarde dat je als ouders zelf ervaring hebt met het klettersteigen, voordat je het met kinderen gaat doen. Met de planning moet je rekening houden met een langere tijdsduur dan in de gidsjes wordt aangegeven. Onze kinderen vonden het klettersteigen spannend en leuk. Het is een aardige manier een stapje verder in de bergsport te doen na het bergwandelen. Een goede uitrusting in noodzakelijk. Wandelen in de Sextener Dolomieten is ook goed mogelijk. Het toeristenbureau in Sexten en Moos geeft een wandelpas uit, waarin op 35 plaatsen gestempeld kan worden. Indien men genoeg punten (stempels) haalt, kan de medaille ‘Die Wanderspur’ in brons, zilver of goud afgehaald worden. Altijd leuk en stimulerend voor kinderen.


Geschreven door Maarten Faas en Jan van Ommen
Gepubliceerd in Bergvriend 1997-2

Terug naar de inhoud